Nahima Lanjri legt ons uit waarom we langer moeten werken

Persbericht ACW Merksem

Op dinsdag 4 februari organiseerde ACW Merksem in café  Bart een Toogpunt. Hét ideale moment om eens van gedachten te wisselen met volksvertegenwoordiger Nahima Lanjri over de betaalbaarheid van onze pensioenen en de veranderingen op onze arbeidsmarkt.

Moeten we ons zorgen maken over de betaalbaarheid van onze pensioenen? Zullen we in de toekomst langer moeten werken?

Nahima: We horen het misschien niet graag, maar we zullen in de toekomst allemaal langer moeten werken om onze sociale zekerheid betaalbaar te houden. De financiering van onze sociale zekerheid (pensioenen, invaliditeitsverzekering, werkloosheidsuitkeringen,….) is gebaseerd op de bijdragen van werkenden. Willen we ons sociaal stelsel beschermen, dan moeten we ervoor zorgen dat de verhouding tussen de mensen die bijdragen en de mensen die genieten van ons sociaal stelsel in evenwicht blijft. Momenteel wordt ons systeem bedreigd door ontgroening (dalend geboortecijfer), vergrijzing (baby-boomgeneratie gaat op pensioen en werkende generatie is kleiner) en verwitting (we leven steeds langer). Het aantal actieve levensjaren blijven constant, terwijl het aantal inactieve jaren steeds toeneemt: we studeren langer en we genieten langer van ons pensioen. Ondanks het feit dat de wettelijke pensioenleeftijd in België 65 jaar is, stoppen Belgen gemiddeld op 59,5 jaar met werken. We moeten zoveel mogelijk streven naar volledige loopbanen van 45 jaar. Deze regering heeft de voorwaarden voor vervroegd pensioen verstrengd en de mogelijkheden op brugpensioen beperkt, om ervoor te zorgen dat meer mensen een langere loopbaan uitbouwen. Lange loopbanen zullen trouwens ook een hoger pensioenbedrag opleveren!

Natuurlijk moet langer werken mogelijk zijn. We moeten zorgen voor werkbare jobs, voor voldoende opleidingen tijdens de loopbaan zodat mensen blijven evolueren en voor interessante eindeloopbaanregelingen aangepast aan de behoeften van de oudere werknemer. 

Ouderen moeten langer aan het werk blijven. Maar tegelijk zijn er heel wat mensen die niet aan werk geraken. Hoe komt dat en wat kunnen we daar aan doen?

Nahima: In Vlaanderen zitten we momenteel aan een werkzaamheidsgraad van 71,8%. Niet slecht, maar er zijn duidelijk een aantal groepen minder goed vertegenwoordigd op onze arbeidsmarkt: mensen met een allochtone achtergrond, mensen met een arbeidshandicap én laaggeschoolden vinden moeilijk erg moeilijk een job.  Onze arbeidsmarkt heeft die mensen echter nodig, want er zijn nog steeds heel wat vacatures die niet ingevuld geraken en dit fenomeen zal door de opkomende vergrijzing nog toenemen. 

Eerst en vooral moeten we er alles aan doen om te vermijden dat jongeren zonder diploma secundair onderwijs op de arbeidsmarkt komen. Deze jongeren zijn immers bijzonder kwetsbaar: ze hebben een grote kans om in de werkloosheid te belanden en blijven er ook veel vaker in hangen. We moeten hen zo goed en zo snel mogelijk begeleiden. Daarnaast moeten we er ook voor zorgen dat er meer jobs voor laaggeschoolden komen. Dit kunnen we doen door deze jobs financieel aantrekkelijk te maken voor werkgevers bv. door RSZ-kortingen te geven voor laaggeschoolde werknemers. Deze regering heeft al fel ingezet op deze doelgroep bv. via een verhoging van de werkbonus en de creatie van instapstages en CD&V wil deze toon verderzetten. 

Ook de tewerkstelling van allochtonen is vandaag een probleem. Dit komt enerzijds door een tekort aan diploma’s en taalachterstand: dat moet aangepakt worden. Anderzijds zien we dat ook allochtonen mét alle nodige diploma’s en competenties niet aan de bak geraken. Wij willen hier echt komaf mee maken door slimme streefcijfers in te voeren voor allochtone werknemers. De streefcijfers moeten aangepast worden aan de sector en de regio. En uiteraard moet de overheid het voorbeeld geven. Onze ervaring in de stad Antwerpen met streefcijfers bewijst dat dit kan werken.

Sinds kort wordt er geen verschil meer gemaakt tussen arbeiders en bedienden. Wat betekent dit concreet?

Een tijdje geleden werden de eerste grote stappen gezet naar een eengemaakt statuut voor arbeiders en bedienden. Het onderscheid dat tussen deze twee statuten werd gemaakt, vaak in het nadeel van de arbeiders, had immers geen zin meer. De grens tussen handenarbeid en intellectuele arbeid is vervaagd. Dankzij de nieuwe wet bouwen arbeiders en bedienden voortaan dezelfde opzegtermijnen op. Daarnaast is de carenzdag voorgoed afgeschaft: alle arbeiders zullen betaald worden op hun eerste ziektedag. Werkgevers en werknemers moeten nu verder onderhandelen over een oplossing voor de andere verschillen tussen arbeiders en bedienden. Het is de bedoeling om te komen tot één goed statuut voor iedereen.

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.